FRANS POLYNESIË   

REISVERSLAG

  

Zaterdag 29 september

Vandaag is het dan zover; nog even de koffer inpakken, wat Herma, mijn vrouw, altijd voortreffelijk voor mij doet overigens, en ik ga op weg naar een lang gekoesterde droom en wel naar Frans Polynesië ‘Tahiti Son Els Iles’, de Zuid Pacific, de Stille Zuidzee. Naar eilanden als Tahiti, Bora Bora, Moorea, Ran-giroa, Tikehau, Fakaraava en de Marqueses.

 

Eerlijk gezegd heb ik er, nu het zover, is geen zak zin meer in, maar dat gebeurt mij wel eens vaker. Om half twee vertrekt de trein vanaf het station in Enschede. Herma en zoon Stef brengen mij naar de trein. Het afscheid is kort en hevig, precies twee uur en tien minuten later kom ik op Schiphol aan. Ik ga snel naar de balie van Air France om mijn ticket op te halen. Met een half uurtje vertraging vertrekken we richting Parijs. Op het vliegveld Charles de Gaulle aangekomen, worstel ik mij door vele gangen om vervolgens met een bus naar de bewuste vertrekhal te worden gebracht, lang leve Schiphol. Er is een uur vertraging, dus ik ga even in de lounge wat drinken. Rond een uur of negen in de avond zijn we klaar voor take-off. Gelukkig vlieg ik businessclass, wat het hele eind vliegen wel veraangenaamt. De service is goed en het eten en de wijn smaken ook best, alleen de Hachee de Veau is niet te pruimen. Na twaalf uur vliegen komen we aan in Los Angeles, hier wordt bijgetankt en komen er nieuwe passagiers aan boord. Volgens mij zit de hele kist tjokvol. Het is nog zeven uur vliegen vanaf LA en dan zijn we er al. Met een uur vertraging landen we om 06:00 uur in de ochtend (er is een tijdverschil van twaalf uur met Nederland) op het vliegveld van Tahiti, Papeete Airport. De ontvangst is zeer hartelijk; bijna iedereen uit het vliegtuig, dus niet ik alleen, wordt gekust en krijgt een bloem achter zijn oor. Een ukelele-orkestje speelt voluit met zichtbaar enthousiasme. De douanecontrole duurt even, maar stelt op zich niets voor. Al snel komt mijn tas en ik begeef me naar de uitgang. Bij de uitgang is het een drukte van jewelste, honderden mensen staan er te wachten. Ergens op een bord in de hal zie ik mijn naam staan. Hier vervoeg ik mij en ik word ontvangen door Fifi, een potige Tahitiaanse. Ze hangt mij een prachtige lei (bloemenkrans) om. Even wat instructies en papieren, en ik ben alweer op weg naar de volgende incheckbalie voor de vlucht naar Moorea, het zustereiland van Tahiti. Het inchecken verloopt simpel maar doeltreffend: gewoon een plastic card met daarop een nummer en instappen maar op het moment dat je nummer wordt afgeroepen. Als er een internationale vlucht binnenkomt vliegen om de vijf minuten de vliegtuigjes (Twin Otter) vol met passagiers naar Moorea. Met een taxi ga ik naar het Bali Hai Hotel, een van de oudste hotels in Moorea onder Amerikaans management. Hoewel de kamers de langste tijd wel zijn meegegaan, vermaak ik mij er prima. De gastvrijheid en de bediening zijn goed. De bloemenkrans in de haren van de meisjes is schitterend. Het hotel is in 2001 totaal gerenoveerd. De inmiddels bejaarde eigenaar van het hotel weet nog heel wat verhalen uit zijn hoed te toveren, beroemdheden als Marlon Brando en Sophia Loren waren bij hem te gast. Rond een uur of zeven in de avond slaat de uitputting bij mij toe. In Nederland is het dan al 07.00 uur de volgende ochtend. Ik kruip in bed en val direct in slaap. Drie uur later ben ik klaarwakker, al met al wordt het een vreselijke nacht. Ik voel me ellendig en mis vrouw en kinderen.  

   

Moorea betekent in het Tahitiaans 'Gele Hagedis'. Ik heb wel hagedissen gezien tijdens mijn verblijf, maar geen enkele gele. Moorea is een geweldig mooi eiland, een van de mooiste die ik ooit heb gezien. De zeer grillig gevormde bergen rijzen als uit het niets omhoog. De stranden zijn prachtig, de kleur van de zee tref je alleen in de Stille Zuidzee aan: blauwachtig groen of is het groenachtig blauw, turquoise, ik weet het niet precies, maar het is schitterend. Meteen na aankomst ga ik op zoek naar de duikschool. Ik maak voor de middag een afspraak en verdwijn verder deze morgen in het zwembad. Om 13.45 uur precies word ik opgehaald door Mr Phillippe Molle, een aardige, al wat oudere man. De duikschool is klein, maar ziet er goed uit. Ook de briefing in het begin van de duik is goed en duidelijk. De boot van de duikschool biedt plaats aan maximaal twaalf duikers maar we zijn maar met ons vieren. Na ongeveer vijftien minuten varen bereiken we de duikstek. Volgens de briefing zullen we zwartpuntrifhaaien zien, murenes en als we geluk hebben citroenhaaien. Met een rol achterwaarts ga ik het water in en direct al doemen in de diepte diverse rifhaaien op. Ik denk dat het er al met al tijdens de duik wel 50 stuks zijn geweest. Onder water valt het mij niet tegen, er is veel hard koraal. Verder is er redelijk veel vis in meerdere maten en vormen.

Dan wordt er plotseling aan mijn been getrokken, een van de Franse mede-duikers wijst druk gebarend naar iets in de verte, het valt niet mee om te zien wat hij bedoelt. Want het is niet zoals men bijna overal in de folders belooft glashelder met een zicht van 50 meter plus, nee volgens mij bedraagt het zicht niet meer dan een meter of vijftien. Samen met Nicolas, de divemaster, zwem ik de aangeven richting uit en dan plotseling, uit het niets, verschijnen twee bultrugwalvissen, immens groot, onvoorstelbaar, magnifiek en... weg zijn ze alweer. Op weg terug naar de boot zwemmen nog zeker twintig haaien langs me heen, maar dat interesseert met op dat moment niet zoveel meer. Later aan boord is iedereen diep onder de indruk; ook de divemaster heeft dit in al zijn jaren dat hij op Moorea werkzaam is nog niet eerder meegemaakt. Ik probeer hem in mijn mengelmoesje van Frans duidelijk te maken dat dit toch wel mede afhankelijk is van met wij hij duikt. Ja toch?? Wat een duik. Ook de verdere duiken op Moorea zijn absoluut de moeite waard, tijdens de derde duik komen we nog twee enorm grote dikke citroenhaaien tegen, volgens mij zijn ze wel drie meter lang.

 

Maandag 2 oktober         

Op maandag is het duikcentrum gesloten, dus ik ga mee op fotosafari, de bergen in. Onder andere brengen we een bezoek aan Cooks Bay, maar volgens onze gids, je raadt het al, is Cook daar nooit geweest. Ik weet het ook niet, maar mooi is het er wel. Verder krijgen we nog diverse stranden te zien, prachtige panoramische vergezichten en nog veel meer moois. 

 

 

Dinsdag 3 oktober

Ben alweer belachelijk vroeg wakker, probeer nog een beetje te slapen maar om 06.15 vind ik het wel goed en ik spring onder de douche. Vandaag vertrek ik naar de Marqueses Archipel, een eilandengroep op zo’n 1.500 km afstand van Tahiti. De vlucht naar Papeete en aansluitend de drie uur vliegen naar Nuka Hiva verlopen voorspoedig. De maaltijd aan boord van Air Tahiti is erg goed, het wordt tijd dat de koks van Martinair en Transavia hier eens een keer stage gaan lopen. De Mar-queses bestaan uit twaalf eilanden. Slechts zes ervan worden bewoond door in totaal zo’n 9.000 inwoners. Voordat de Europeanen hiernaar toe kwamen woonden er op deze archipel 50.000 eilanders, de meesten zijn echter gestorven door allerlei voor hen onbekende ziekten, meegebracht door militairen en burgers uit Europa. Als ik op het vliegveld aankom, word ik opgewacht door een vriendelijke reus van een kerel. Zijn naam heb ik helaas niet kunnen onthouden. Samen met een onderweg opgepikte Vietnamees uit Vanuatu die een borrel in het dorp wil gaan drinken, rijden we in twee en een half uur naar de hoofdstad Taiemonoi met zo’n 1.500 inwoners.  Het landschap verandert van kurkdroog in het westen, naar tropisch regenwoud in het noorden en oosten. De weg is van zeer slechte kwaliteit maar de uitzichten onderweg maken veel goed. Op dit moment wordt er met hulp (geld) van Frankrijk hard aan een nieuwe weg gewerkt. Bijna hebben we nog een frontale botsing met een tegemoetkomende auto, dit niet alleen tot grote schrik van onze chauffeur. Volgens hem waren er op dat tijdstip geen auto's onderweg in de omgekeerde richting. Hij schudt dan ook zijn hoofd. Onderweg rijden we door het ‘groene plateau’, een zeer vruchtbaar gebied waar vele groenten worden verbouwd en koeien worden gehouden. Bijna al het vlees en alle zuivelprodukten worden hier geproduceerd. De ontvangst bij het Pension Mave Mai is hartelijk en wederom word ik behangen met bloemen. Gelukkig is Pascal, de manager van het pension er, want niemand spreekt verder een woord Engels en mijn Frans is ronduit slecht. De kamers zijn ruim en hebben een schitterend uitzicht op de baai. Wat mij opvalt, is de welvarendheid van de plaatselijke bevolking. Ik heb weleens gekolonialiseerde gebieden gezien waar het beduidend minder goed ging. Elk huis heeft elektriciteit en natuurlijk telefoon. Ook het pension beschikt over deze moderne voorzieningen zoals fax, telefoon, tv en internet. In het dorp vind je verder de bank, het politieburo, de douane, een klein ziekenhuis en de gevangenis met één gevangene, die elke morgen de koe en de tuin verzorgt van de gevangenis. Hij komt van een nabijgelegen eilandje waar hij is opgepakt vanwege enige pedosexuele gedragingen. Zijn straf bedraagt vijf jaar opsluiting in de gevangenis, twee jaar heeft hij er nu van uitgezeten.‘s Avonds wordt de warme maaltijd aan een lange tafel opgediend en genieten we met de familie van Pascal en nog een gast gezamenlijk van een goede maaltijd. Om acht uur val ik in bed. Ik slaap weer eens een keer miserabel, maar daar raak ik wel aan gewend.

   

Woensdag 4 oktober

Vandaag ga ik er met Pascal op uit. We hebben een auto gehuurd en trekken de bergen in. Helaas was het duikcentrum vandaag gesloten. Na een uur rijden komen we in de vallei Taipivai, hier heeft Herman Melville, de auteur van o.a. Moby Dick, in 1860 enkele weken bij de kannibalen doorgebracht en overleefd. We brengen een bezoek aan een lokale craftshop en dan gaan we weer verder. We laten de auto net buiten het dorp staan en gaan te voet verder de jungle in. Onderweg komen we een kleine coprawerkplaats tegen. Copra wordt gemaakt van cocosnoten, hiervan wordt cocosolie gemaakt en dit wordt weer gebruikt in zeep e.d., een belangrijk product voor de export. Na twintig minuten lopen komen we aan bij een archeologische plek. Diverse Tiki’s, stenen beelden, staan gerangschikt om diverse rijen stenen op wacht voor ...? De plaats blijkt gerestaureerd te zijn door Thor Heijerdahl, de Noorse wetenschapper die met de papyrusboot de Kon-Tiki in dit gebied jaren heeft rondgevaren. Hoewel zijn wetenschappelijke bevindingen zwaar onder druk staan, geeft het mij toch wel een vreemd gevoel om op deze plek te lopen, een plaats waar de beroemde Heijerdahl met eigen handen nog aan heeft gewerkt.  Interesse vanuit de bevolking is er niet of nauwelijks voor deze plekken. Het oude geloof is er met redelijk harde hand in de vorige eeuwen uit verdreven. Wel komen er eens in de 3 jaar diverse landen uit de hele Zuid-Pacifische regio bijeen op de Marquses om het ‘Festival of the Marqueses’ te vieren. Oude dansen en gewoonten worden dan in een week tijd ten tonele gevoerd. We gaan verder de bergen in; de uitzichten zijn dramatisch mooi. Tijdens de lunch eten we in een klein restaurantje aan het strand in een dorpje. De eigenaresse Yvonne is restauranteigenaar, postkantoorbeheerder, manager en burgemeester. Het eten is er goed maar schandalig duur: ik betaal iets van € 25,- voor een kippenpoot met iets erbij, en twee cola. Vanaf dat moment begint het te regenen en de voor de middag geplande trektocht naar een waterval kan helaas niet doorgaan. Met de auto bezoeken we nog een paar interessante plaatsen en rond een uur of vier zijn we terug in Taimonoi. Tegen de avond komen er nog twee nieuwe gasten binnen. Het zijn Thierry Zysman en Pierre Gaston, samen werken ze al jaren als onderwaterfotografen in heel Polynesië en ze zijn bezig een boek samen te stellen over alle vissen in de wateren rond Polynesië. Ze zijn naar de Marqueses gekomen omdat er hier veel endemische vissoorten moeten voorkomen. Door de afgelegenheid van de archipel zwemmen er vissoorten rond die alleen hier te vinden zijn. Tussen de maaltijd door, die ik samen met een fles J.P Chenet-wijn (verkrijgbaar bij o.a. Albert Heijn voor 3,-) verorber, hoor ik via de televisie onder meer dat Moeirii Thaattu-taee Maarioeii eerste is geworden bij de ‘open outrigger kanokampioenschappen’ in Papeete. Na deze inlichtingenstroom besluit ik naar bed te gaan. 

 

Donderdag 5 oktober

Rond een uur of vijf ben ik wakker, een geweldige, tropische stortregen valt met donderend geraas op het dak boven mij; toch heb ik verder redelijk doorgeslapen, waarschijnlijk mede het gevolg van de wijn. Ik ga nog even iets lezen in een geweldig waardeloos boek van Fredrick Forsyth, maar ik heb niets anders, mijn andere boeken heb ik al helaas al uit. Na het het ontbijt, zo rond half acht, worden we opgehaald door Xavier, voor vrienden Pi Pa Po. Hij is de eigenaar van Club de Plongee de Marqeuses afgekort CPM. Het is een aardige vent die al twintig jaar op het eiland woont en net vorige week vader is geworden van een dochter. We rijden naar de kleine duikschool aan de haven. We tuigen onze apparatuur op en gaan aan boord. Een dertig jaar oude boot gebouwd in Canada. Volgens Pi Pa Po- ja, ik ben al heel snel een vriend van hem- is er geen betere.

Ik weet het niet, maar het oude ding stinkt wel naar uitlaatgassen. De organisatie aan boord is goed geregeld. We gaan duiken aan de westkant van de baai, een plek waar bijna altijd hamerhaaien zijn. Echter aangekomen bij de plek staan er hoge golven en is het zicht zo allerbelabberdst dat we weer vertrekken en richting de oostkant gaan. Ook hier staan hoge golven, maar het groepje waar ik bij hoor is redelijk ervaren dus we springen met een 1, 2, 3 in godsnaam over boord. Het landschap onderwater komt mij bekend voor, grote kale rotsblokken, bijna geen koraal, het lijkt wel een beetje op Baja California. De visrijkdom rond deze blokken is echter enorm en divers. De temperatuur van het water is 27°C. Mijn mededuikers, de fotografen, schieten gelijk langs mij heen en zijn al volop aan het plaatjes schieten. Het wordt een redelijke duik, maar het zicht is slecht. Bij de tweede duik is het zicht niet veel beter. Maar de visrijkdom is nog enormer. Helaas laat mijn drukke schema meer duiken niet toe. Dus neem ik met enigszins gemengde gevoelens afscheid van deze onderwaterwereld. Normaal gesproken, bij goed weer, is het zicht ruim twintig meter of meer. manta’s, diverse haaiensoorten, tonijn, een school van meer dan honderd pygmee-orca’s en andere pelagische vissen worden dan bijna elke duik gezien. Ik had die dag gewoon pech.                    

  

Vrijdag 6 oktober

Na het ontbijt neem ik afscheid van mijn Franse mededuikers en van Jean Pierre, de andere gast in het pension. Jean Pierre is computerdeskundige en geeft les over internet aan het plaatselijk bestuur; een aardige vent. Ik vermaak mij deze morgen door wat rond te lopen, foto’s te maken en mijn dagboek bij te werken. Pascalle heeft om 10.45 uur een taxi besteld die mij naar de heliport gaat brengen. Ik neem met weemoed afscheid van Sandrine, ik krijg nog een kleurige kralenketting omgehangen als afscheidsgeschenk en weg ben ik. De heliport is slechts vijf minuten rijden en ik kom als eerste aan. Even later arriveren de volgende drie passagiers. Aangezien ik iets beter oplet en net iets sneller ben zit ik lekker voorin. De tien minuten durende vlucht met de helikopter is geweldig. Diepe canyons schieten onder mij door. Wilde geiten op de flanken van de berg. Prachtige stranden, ik heb bijna mijn hele rolletje vol als we weer aan de grond staan. Het is druk op het vliegveld, er staan nog twee andere vliegtuigen. Precies op tijd vertrekken we naar Papeete. Op het vliegveld wissel ik eerst even wat geld en neem dan een taxi naar het Sofitel Hotel. Een hotel uit de jaren '60, wat dan ook is te zien. Het is een lelijk gebouw. De kamers zijn echter ruim en goed ingericht. De douche is geweldig, volgens mij komt er wel 50 liter per minuut naar beneden. Om 17.00 uur heb ik een afspraak met Tiare Holidays, onze agent ter plaatse, en wel met Muriel Bonnet en Moearii Darius. Zij hebben mijn rondtrip geregeld en zijn tevens verantwoordelijk voor onze klanten. Ik ben blij dat ze er zijn, want ik voel me vandaag wel weer heel erg alleen. Na een goed gesprek nemen we afscheid. Ik ga naar het restaurant en ik trakteer mezelf op een zeer goede maaltijd met een goed glas wijn. Tijdens de maaltijd krijgen we een optreden te zien van de Tahiti Dancers en Singers and Band, of zo iets. Ik praat nog even met een enigszins wazige Belgische wereldreiziger en ik maak kennis met een 65+ cameraploeg uit Holland, California.  Al met al wordt het dan toch nog een leuke avond. 

 

Zaterdag 7 oktober

Om zes uur gaat de wekker, ik heb hoofdpijn, maar deze verdwijnt na een stortbad en een saridon te hebben genomen. Iets voor half zeven is mijn taxi er en verdwijn ik wederom naar het vliegveld. Er staat een heel lange rij te wachten maar de passagiers met bestemming Tikehau en Rangiroa worden uit de rij gehaald anders missen zij en ik het vliegtuig. Na een uur vliegen word ik op het kleine vliegveld opgehaald door Nora, de eigenaresse van pension Maretie. Samen lopen we naar het pension, slechts op 250 meter afstand van het vliegveld. Het verblijf is simpel maar netjes, een kamer met een bed, nee wel drie bedden en een doucheruimte met toilet. Binnen twee minuten heb ik mij gevestigd en ga direct op zoek naar de duikschool. Volgens Nora is er echter niemand want ze zijn aan het duiken. Meestal komen ze pas later in de middag terug. Als dat zo is dan kan ik het duiken op Tikehau wel vergeten, want ik ben er maar twee dagen. Bij het pension staat een aantal fietsen, dus ik ga maar eerst eens een stuk van het eiland verkennen. Het langgerekte eiland verschilt niet zoveel van andere eilanden in de Tuamotu archipel, behalve het strand bij Kahaia Beach, dat is echt geweldig.

 

Schitterend gekleurd blauwgroen water, palmbomen en een spierwit, later in roze overgaand strand. Mijn fotorolletje is aan het eind van het strand bijna vol. Tegen 12.30 uur ben ik weer terug in het pension om de lunch te gebruiken. Vis met rijst en stokbrood en een fles water. Het toetje, gebakken papaya met cocos. Nora komt aanlopen en wijst in de verte naar een boot die snel naderbijkomt, de speedboot van de duikschool. Snel loop ik naar het dorp, naar de duikschool. De Raie Manta Club is gevestigd in een gebouwtje van drie bij drie meter, kleiner heb ik ze nog niet gezien. Maar ook dit kleine gebouwtje ziet er van binnen keurig verzorgd uit. De enorme Bauer-compressor is bijna groter dan het hele gebouw. Gelukkig, ik kan vanmiddag duiken maar ik moet wel met een paar mensen mee die een proefduik maken. Bertam, de duikleider, zal wel iets regelen. Om half drie vertrekken we richting de 'Passe'. De speedboot vliegt met een flinke vaart over het water en de twaalf kilometer naar de duikstek toe worden in twintig minuten afgelegd. Bertram heeft zijn vriendin meegenomen en samen met haar ga ik duiken. Na een korte maar duidelijke briefing gaan we in het water. Het is redelijk helder en we duiken naar vijfentwintig meter. Gelijk zwemt er al een school van wel dertig erg grote tonijnen voorbij, ook zwemt er een aantal witpuntrifhaaien onder ons, maar die verdwijnen snel en ik zie tijdens de verdere duik geen enkele haai meer.

 

Het koraal is van slechte kwaliteit, een paar stukken die de moeite waard zijn maar het meeste is stuk. Ik heb het niet gevraagd, maar volgens mij is hier in het verleden met dynamiet gevist. En nog wordt er in dit gebied enorm gevist, de meeste vis gaat per vliegtuig op weg naar Bora Bora en Tahiti om daar hongerige toeristen van een maal te voorzien. De keerzijde is wel dat de baai van Tikehau, in 1987 verklaarde Jacques Cousteau nog dat dit de meest visrijke atol van Polynesië was, bijna leeg is gevist. Maar goed, we gaan verder en al met al is het best wel een mooie duik. Zeker als er van rechtsboven, uit het niets, een enorme manta verschijnt. Hij komt recht op mij af en zwemt dan langzaam aan mij voorbij om in de diepte te verdwijnen. Na vijftig minuten gaan we naar boven. Bertram vertelt later dat je hier bijna elke duik wel een manta tegenkomt, het zal wel. Ik heb er in ieder geval een gezien en daar ben ik best blij mee. Tijdens de avondmaaltijd heb ik Nog even met Nora gesproken over het harde leven dat wij leiden. Altijd maar van huis zonder vrouw en kinderen. Haar man werkt in Jakarta en komt slechts eens per halfjaar thuis.

 

Zondag 8 oktober

Ik heb redelijk goed geslapen. Het ontbijt staat al klaar, er is verder niemand, want Nora is naar de kerk. Na het ontbijt pak ik mijn tas weer eens in, want vanmiddag vlieg ik weer naar Tahiti. Ik fiets nog een stuk over het andere deel van het eiland. Onderweg kom ik een groepje tegen dat aan het petanquen is en daarbij volgens mij al stevig heeft gedronken. Tientallen lege Heineken-blikjes liggen langs de route die men heeft gevolgd. Op zondag is het nationale drankdag, het wordt dan ook ten zeerste afgeraden je op de openbare weg te begeven. Nu is dat niet zo’n probleem op een eiland als Tikehau, maar op de grote eilanden wordt het echt afgeraden om op zondag gebruik te maken van de openbare weg. Om 15.00 uur brengt Nora mij naar het vliegveld, ze zal zelf ook mee vliegen, want haar vader is ziek en wordt door haar naar het ziekenhuis in Papeete gebracht. Ik neem bij aankomst een taxi naar het Sofitel Hotel, hetzelfde hotel waar ik een paar dagen eerder  ben geweest. ‘s Avonds kom ik de wazige Belgische wereldreiziger weer tegen. Hij vertelt mij dat zijn psychiater deze reis voor hem heeft uitgezocht. Ik vraag naar het adres van deze man want deze kan een goede toeleverancier van ons worden (grapje van de auteur). Als hij mij ook nog vertelt dat hij graag naakt loopt op het strand en dat hij in een geweldig gayhotel in San Francisco heeft overnacht, kan de avond niet meer stuk. Ik ben dan ook erg ongelukkig als hij mij een kwartier later in de steek laat.     

 

 

Maandag 9 oktober

Om 12.00 vertrekt mijn vlucht naar Fakaraava. Ik heb vanmorgen uitgebreid ontbeten, kopje koffie, vruchtensapje, twee gebakken eitjes met bacon en een yoghurtje. Ik betaal de rekening van het hotel en verdwijn alweer, het wordt een beetje eentonig. Met een taxi naar het vliegveld. Na 90 minuten vliegen komen we aan op het kleine vliegveldje van Fakaraava, hoewel, alle vliegvelden zijn klein. Ik word opgehaald door Jean Christoffe van Naga Nui Diving en Norbert en Jaqueline, eigenaren van Vahiti Dream, mijn onderkomen voor de volgende drie dagen. Er stappen bijna geen toeristen uit, want er is nog geen fatsoenlijk onderkomen voor toeristen op Fakaraava. Ik ben dan ook erg benieuwd waar ik terechtkom. Mijn bagage verdwijnt, net als ik, achterop een oude Peugeot pick-up. Na vfijtien minuten rijden komen we aan bij Vahiti Dream, nou het is een dream, dat kan ik je vertellen. Een logement is er nog luxe bij. Er zijn vier gastenkamers aan een gang gelegen. In de kleine slaapkamer staan een bed en een kast, er loopt een paartje kakkerlakken rond en da's alles.

 

De douche en het toilet zijn naast de keuken. Toch is de sfeer best wel gezellig en echt vies is het ook niet, maar het is duidelijk een pension ingesteld op de lokale bevolking. De meeste (twee) gasten zijn dan ook werknemers van bedrijven uit Tahiti. Er is nog een toerist aanwezig, Jeromme, een aardige, twee meter lange Fransoos. We gaan eerst maar eens duiken en dan zien we weer verder. We gaan met z'n drieën duiken, Jean Christoffe, Jeromme en ik. Ik ben heel benieuwd, want volgens insiders moet duiken hier helemaal het einde zijn. Na een halfuurtje varen met de schitterende zodiac van Jean Christoffe komen we bij de grote pas, Te Naga Nui. Een pas is een smalle doorgang tussen de eilanden; de meeste zijn ondiep, maar deze begint op 600 meter diepte. Hierdoor komen er juist op deze plekken erg veel grote vissen in grote hoeveelheden voor. Na een korte briefing gaan we met een rol achterwaarts te water. Ik zal de duik kort samenvatten, want hij valt werkelijk bijna niet te beschrijven en zo zijn al mijn duiken rond Fakaraava geweest. Volgens mij is dit een sprookje dat, na twintig jaar gedoken te hebben over bijna de hele wereld, uitkomt. Het zicht is goed, het kan nog beter volgens Jean Christoffe, de koralen onder mij zijn geweldig, allerlei kleuren en soorten kom je hier tegen, behalve zachte koralen. En dan de vissen, nog nooit heb ik tijdens één duik zoveel vis bij elkaar gezien, zelfs niet op Sipadan. Het rif is een wervelende massa van leven. Maar niet alleen kleine vissen, ik ben tijdens deze duik scholen grote tonijnen tegenkomen en gigantische scholen barracudas, rifhaaien, verpleegsterhaaien en manta’s, niet als toevalstreffer, nee, ze zwemmen er gewoon, dagelijks. Het duurt even, als ik aan boord terug ben, voor ik weer bij mijn positieven ben, het is echt ongelooflijk. Met een zeer prettig gevoel keer ik terug naar mijn pension. Aan tafel tijdens het avondeten is het gezellig en het eten smaakt goed. Vooral eigenaar Norbert smaakt het volgens mij erg goed, want zijn geslurp is boven alles hoorbaar. Ik voel me ondanks de toch wel enigszins primitieve omstandigheden erg op mijn gemak. ‘s Avonds heb ik een interessant gesprek met Felix, een van de twee andere gasten. Felix, hij spreekt vloeiend Engels, zijn moeder is Hawaiiaans maar van Engelse afkomst, is in dienst van de overheid en heeft als doel alle projecten die iets met toerisme te maken hebben te stimuleren. Hij probeert nu de eigenaren van Vahiti Dream bij te scholen, wat volgens mij nog een hele klus wordt. Na een lang gesprek en nog even iets te hebben gelezen in mijn boek, dat langzamerhand toch wel spannend begint te worden, kruip ik rond half tien in bed.

   

Dinsdag 10 oktober

Vandaag ga ik vier keer duiken en het wordt een beetje eentonig, maar de ene duik is nog mooier dan de andere. Vooral de eerste duik bij de pas is geweldig. Het is een driftduik. We gaan met vier duikers naar beneden. Gisteravond heb ik nog even kennisgemaakt met een Frans stel dat al tien jaar de wereldzeeën aan het bevaren is. Ze zijn via Gibraltar naar de Caraïbische zee gevaren waar ze o.a op Saba en Bonaire hebben gedoken en volgens hen de mooiste duiken in de Caraïbic hebben gemaakt. Daarna zijn ze via het Panamakanaal naar Cocos Eiland, de Galapagos Eilanden en via de Marqueses naar de Tuamouto Archipel gevaren. Aan hun schip is duidelijk te zien dat het al heel wat te lijden heeft gehad. Ze willen, afhankelijk van toestemming van de plaatselijke overheid, een jaar of twee rond de Tuamouto Archipel blijven rondhangen. Maar goed, we gaan dus in het diepe blauw naar beneden. Op een meter of 25 blijven we hangen en laten ons met de stroming richting de drop-off brengen. Vlak voordat de wand opdoemt, komen uit de diepte tientallen haaien tevoorschijn, silvertip- en grijze rifhaaien. We blijven op een plateau liggen, met ons gezicht gericht naar de diepte. Alles aan grote vissen zwemt weer voorbij. Een bijna niet te geloven schouwspel speelt zich voor mijn ogen af. Het wordt een herhaling van mijn eerste duik maar dan nog gekker. Na 10 minuten verlaten we het plateau en vliegen in een rotvaart over het rif dat overgaat in een geweldig mooie koraaltuin. Deze vlucht onder water duurt wel tien minuten om te eindigen in een soort canyon op vijftien meter diepte waar geen stroming is. Deze canyon zit helemaal vol met vis, vis en nog eens vis. Na 50 minuten gaan we naar boven en beëindigen alweer een te gekke duik. Aan het eind van deze onvoorstelbare duikdag bedank ik Jean Christoffe en keer weer terug naar mijn onderkomen.  Morgen ga ik naar Rangiroa, volgens zeggen is dat nog mooier. Welterusten.

    

Woensdag 11 oktober

Bij het ontbijt hoor ik dat mijn vliegtuig naar Tahiti twee uur later zal binnenkomen en dus ook twee uur later zal vertrekken. Hierdoor zal ik mijn aansluiting naar Rangiroa gaan missen. Dat is shit, want ik heb een afspraak gemaakt met Raie Manta Club om ‘s middags met hen te gaan duiken. Als het vliegtuig om tien over half twaalf vertrekt is het te laat om ‘s middags nog een duik te kunnen maken, helaas maar het is niet anders. Tijdens de vlucht geef ik aan de stewardess mijn probleem door en ze belooft haar uiterste best te doen om mij op de eerstvolgende vlucht naar Rangiroa te krijgen die slechts dertig minuten later dan mijn eerste geplande vlucht zal vertrekken. Als het vliegtuig even later landt op het vliegveld van Tahiti is het grondpersoneel bijzonder hulpvaardig om mij twintig minuten later, inclusief mijn bagage, die eerst weer ingecheckt moet worden, op de vlucht naar Rangiroa te krijgen. Even later stijgen we vijf minuten te laat ‘due to the late arrival of a passenger’ (ik dus) op. Ik ben benieuwd of de eigenaar van het pension nog op mij staat te wachten en jawel hoor, of het de gewoonste zaak van de wereld is dat ik een vliegtuig later ben gekomen staat de goede man op mij te wachten. De duikschool blijkt er achteraf ook nog te hebben gestaan. Er zijn met een eerdere vlucht nog drie gasten aangekomen en samen met hen en de zoon van de eigenaar gaan we in een redelijk luxe pick-uptruck op weg naar het pension. De laatste tien minuten gaan per motorboot. Het pension ligt op een ander eiland, Motu Miputa. Het pension beschikt over vier vrijstaande bungalowtjes aan het strand die eenvoudig maar smaakvol met eigen douche en toilet zijn ingericht.  Een ideale plek voor mensen die weg willen zijn van alles en iedereen. Het eten 's avonds is goed, eindelijk eens wat anders dan alleen vis. Mijn boek is bijna uit als ik rond een uur of tien de lamp uit doe.

  

Donderdag 12 oktober

Om 8 uur word ik opgehaald door René, een divemaster van de Raie Manta Club. De Raie Manta Club is de oudste van de zes duikscholen op Rangiroa. De eigenaar is Yves Lefevere die eind jaren  '80 de enorme duikmogelijkheden in dit gebied voor het eerst tijdens een expeditie mocht aanschouwen. Yves is op dit moment, naast zijn werkzaamheden als eigenaar van drie duikcentra, verspreid over Frans Polynesië, eerste onderwatercameraman bij Cinestar Scope, producent van diverse films over haaien, manta’s en walvissen voor o.a. The Discovery Channel en The National Geographic Channel. Discovery heeft diverse films van hem over Rangiroa uitgezonden. Het is er wel veel drukker dan ik tot nu toe gewend ben. We gaan met twaald man aan boord van een zeer grote zodiac. We duiken in twee groepen samen met twee duikleiders. De eerste duik wordt op de drop-off aan de andere kant van het eiland gemaakt. Met een rol achterwaarts gaan we te water. Het is niet echt helder en ook de koralen vallen mij tegen. Maar als er dan uit de diepte de eerste manta verschijnt, vergeet je dit snel. Op slechts drie meter afstand zwemt de manta ons rustig voorbij. Een paar minuten later is het weer raak, wederom vanuit de diepte komt een manta op ons afgezwommen. Ik zie ook een paar haaien, maar niet zoveel als ik had verwacht. Dan is het weer zover, linksboven ons op een diepte van vijftien meter zwemt de volgende, dit keer een stuk grotere manta. Minstens drie minuten blijft hij voor ons rondjes draaien om dan met een langzame beweging naar mij toe te zwemmen. Op slechts enkele centimeters afstand zwemt dit geweldige dier over mij heen. Met veel moeite kan ik mij inhouden om hem of haar even vast te pakken. In totaal zien we tijdens deze duik vijf manta’s.

‘s Middags tijdens mijn andere duiken zien we ook nog diverse manta’s, maar niet zo dichtbij als vanmorgen bij de eerste duik. De driftduik die we maken is bijna een kopie van die op Fakaarava, alleen is de stroming tijdens deze duik nog heviger.

Het onderwaterlandschap is minder uitbundig maar de visrijkdom is alweer enorm, misschien nog wel enormer dan op Fakaraava, ik weet het werkelijk niet meer. Haaien, adelaarsroggen, luipaardroggen, manta’s, tonijnen en dolfijnen (ja, ook onder water) zwemmen iedere duik aan je voorbij, misschien niet in de zojuist genoemde volgorde, maar je zult ze zien. Rond 16.00 uur spoel ik voor de laatste keer mijn duikspullen. Overmorgen vlieg ik weer naar huis. Ik ben blij dat het er bijna op zit, ja - toch!