Welke
onderwatersporter heeft er niet gehoord van 'Precontinent 2' oftewel
de 'Conshelf' van wijlen Jacques Cousteau? Het onderwater'dorp'
waar de befaamde onderzoeker met acht van zijn medewerkers vier
weken onder water heeft gewoond en gewerkt.
En wie heeft nog nooit gehoord of gelezen over
het zeer bekende oorlogswrak de Umbria.
Voor mij waren deze duikbestemmingen al zo’n 20 jaar een droomwens
om naar toe te gaan.
Helaas had
de staat Sudan in Oost-Afrika, waar deze duikobjecten liggen, tot
voor kort geen duikmogelijkheden. Sinds Emperor
Divers echter in het Hilton
Hotel te Port Sudan een duikresort had ingericht
en Arjan Gunnink met Eigen-Wijze Duikreizen
deze bestemming in het programma had opgenomen, werd de mogelijkheid
om ernaartoe te gaan groter. En zo werden er plannen gesmeed.
Arjan wilde zelf ook graag mee en onze eerste optie was begin 2004.
Helaas ging dit om diverse redenen niet door en kon eveneens het
voorjaar en zelfs september geschrapt worden. Maar eindelijk kwam
het verlossende woord: we gaan! Vier december vertrek!
Deze
inleiding moet al aangeven, dat mijn verheugfactor inmiddels op
negen stond, oftewel zeer hoog. Mijn zoon Roy hoorde van de plannen
en wilde natuurlijk erg graag mee. Zijn studie liet dit gelukkig toe
en zo stonden we op drie december klaar voor de heenreis via Caïro.
We gingen namelijk een dag eerder i.v.m. aansluiting vluchttijden Soedan.
Mooi toch, hierdoor konden we ook het Egypte-museum bezoeken, en ook
nog naar de Piramiden van Cheobs en de sfinx bij Gizeh. Arjan had
dit vanuit Nederland allemaal keurig geregeld. Een plaatselijke
agent zorgde voor een gids met chauffeur en zo konden we ook nog
iets aan onze culturele bagage toevoegen.
Dat werd dus
een dag cultuur snuiven en 's avonds door naar Port Sudan. Hier om
elf uur 'local time' aangekomen, dachten we dat er geland werd in
de woestijn. Het was er aardedonker. De landing ging zowaar,
weliswaar met enkele snelheidcorrecties, goed en al snel daarna
buiten gekomen merkten we, dat het licht regende. "Hopelijk heeft
dit geen invloed op de komende dagen en duiken?!" dachten we.
'We'
zijn de vier metgezellen uit Nederland. We zijn met een groepje van
zeven duikende en ondernemende personen. Een enkeling hiervan kende
ik al en we werden al snel een leuke groep.
Na het
uitchecken, wat voor Afrikaanse begrippen behoorlijk vlot verliep,
kwamen we buiten, waar een busje stond te wachten dat ons naar de
haven zou rijden. Hier zou ons duikschip de Pegagus liggen. Ter
plekke aangekomen snel alles aan boord brengen en de hut inrichten.
Nog even globaal het schip verkennen. De boot zag er prima uit.
Achterop het dek stonden twee compressoren waarvan één voor nitrox.
Helemaal achterop was een aardig ruim platform en er hingen
twee grote Zodiac's met elk een 50 pk-buitenboordmotor. Omdat er
permanent stroom aanwezig was, was het laden van lampen geen
probleem. Ook konden we daarom gebruikmaken van de airco. Het schip
had een eigen ontziltingsmogelijkheid, dus zoet douchewater volop
aanwezig. Wat wilde je nog meer?! Verder een prachtige, net als het
benedenschip van hardhouten betimmerde salon, waar gegeten, 'dagboek
schrijven' en gerust werd en een bovendek met afdak, waarop nog weer
een zonnedek gemaakt was. Voordat we naar onze hut benedendeks
gingen, nog even iets drinken en dan naar bed. Morgen
zeven uur
wekken, eerst ontbijt en dan een kennismaking met de crew en nog
enkele meevarende duikgasten. We zijn in totaal met dertien duikers
en krijgen uitleg over hoe alles reilt en zeilt de komende dagen.
We hadden nu een verheugfactor van tien. Maar hoe zat het nu met het
weer? Jean-Paul (JP vanaf nu) kon ons vertellen, dat het de twee
weken voor onze komst behoorlijk gestormd had. Het zicht zou dus
waarschijnlijk niet superoptimaal zijn vanwege het opgewervelde
sediment. Ook het varen zou niet altijd prettig zijn. Gelukkig
hebben we geen last van zeeziekte, maar toch...
Hij kon ons trouwens wel vertellen dat het op het vliegveld zo
donker was, omdat het regende. "Dan is er
gewoon overal kortsluiting", was zijn
eenvoudige verklaring.
Zondag 05-12
De zee was
aardig ruig, maar na 45 minuten varen kwamen we bij het Wingate
Reef. Hier was de eerste duik. We gingen er maximaal 25 meter diep
en we doken gelijk 63 minuten. Hier testte ik mijn nieuwe
onderwaterhuis (zonder camera) op dichtheid. We zagen onze bekende
vrienden terug zoals de Blue Spotted Stingray, Napoleon, alle bekende
Rode Zee-visjes en het viel ons op dat er vele scholen jonge vis
zwommen. Dit alles in erg mooie en zeer gave koraaltuinen. De harde en
zachte koralen waren bijzonder talrijk aanwezig. Mijn nieuwe
zelfgebouwde videocamerahuis was dicht en de camera kon dus
ingebouwd en meegenomen worden.
’s Middags
kwamen we na drie uur varen aan bij het rif Sha’ab Rumi en legden
aan aan de landzijde (westkant) van het rif. Aan de open zeekant
(oostelijk dus) lag het Precontinent en daar zouden we gaan duiken.
Toen we met
de Zodiac gedropt werden zag je gelijk een zeeëgelachtige (zonder
stekels) koepel. Erop en erlangs zaten vele koraalsoorten. Onder de
op poten staande koepel was een gedenkplaat geplaatst. Onder deze
koepel kon je omhoog, erin en even praten met je buddy. Hier werd
vroeger een duikboot geparkeerd, waarmee de mannen naar een diepte
van 300 meter doken om monsters te halen en dieren te bestuderen.
Op deze locatie heeft Cousteau dus vele proeven
gedaan en de basis gelegd voor zijn film 'Wereld zonder Zon'. In een
soort zeestervormig opgezet prefab-gebouw
(!) woonden zijn mannen.
Het gebouw was voorzien van
een douche, wc, bedden, tafels en stoelen en een
stereo-installatie. Daarnaast natuurlijk apparatuur om proeven en
testjes mee te doen.
Met een
camera en andere communicatiemiddelen was er permanent contact met
het moederschip. De mannen kregen dagelijks hun eten en drinken
aangevoerd en op het laatst zelfs een papegaai in een drukvast vat
om hen iets te vermaken. Het verhaal gaat, dat deze vogel de hele
dag voor de vensters zat en keek wat de mannen deden en welke vissen
er voorbij kwamen. Van dit gebouw staat er echter niets meer.
Cousteau heeft dit later weggehaald. Wel bleven enkele bijgebouwen
staan, zoals de hierboven genoemde koepel.
Op het
platte terras rond de koepel liggen nog enkele restanten van het
'dorp'. Je ziet prachtig begroeide delen van een plantenkas en iets
verderop de hangar/garage, waar onder andere scooters in pasten. Hiermee
gingen de duikers op (onder water) pad. Roy dook er doorheen en ik
kon dit prachtig filmen. Toen we even later langs de drop-off doken,
die op 44 meter diepte begon, zagen we de restanten van een
haaienkooi op 33 meter diepte. Ook deze was inmiddels geweldig mooi
begroeid en zat helemaal vol met duizenden glasvisjes. We gingen
verder langs prachtige koralenbanken en zagen vele vissoorten. Ver
van de duikstek verwijderd kwamen we na 71 minuten boven. De Zodiak
pikte ons op en wij verlieten het heerlijke water dat 27°C
warm was! Op de boot was het in mijn tropenpakje met zo’n 23 tot 24°C
zelfs kouder dan onder water. Ook nu was
het nog steeds bewolkt. De zee was echter wel iets rustiger geworden
en we zouden hier dan ook een nachtduik maken.
Om 20.00 uur
briefing en dan te water. We doken nu uitsluitend op het
plateaugedeelte tot 28 meter. De koepel was nu heel fascinerend. Het
was net een UFO, vooral toen enkele
buddy’s binnen waren en met hun lampen door de vensters schenen.
Enkele bijzondere naaktslakken, grote veersterren en een knalrode
koraalkrab werden gefilmd. Na 46 minuten waren we voldaan.
Maandag 06-12
Vroeg op. We
werden om half zeven gewekt, kregen een briefing onder het genot van
een van de vele koppen thee en gingen om
zeven uur naar de zuidelijke kop van het rif. Na
10 minuten waren we er. Hopelijk zouden
we haaien zien,
want we verwachten stroming. Met z’n allen overboord en op 20 tot 25
meter diepte verkenden we het plateau. Op het eind was de drop-off en
zagen we twee haaien, maar te ver van ons af. We daalden verder tot
37 meter. Ook op deze plek zat bijzonder veel vis. Hele scholen
hingen in de matige stroming. Er kwamen langs de rifkant plots
enkele bultkoppapegaaivissen van pakweg 70 cm lang en 50 cm hoog
langs. De (vaak witte) bult op het voorhoofd was kenmerkend. En ja
hoor, daar was weer een haai. Roy en ikzelf natuurlijk ook, vonden
het prachtig. Aan de oppervlakte gleed een grote solitaire barracuda
voorbij. Grote scholen vis gleden als watervallen langs het rif. Na
56 minuten kapten we ermee. Terug in de boten stond er een regenboog
aan de hemel. Op het schip aangekomen even lekker zoet afspoelen en
dan de hongerige magen stillen. Onvoorstelbaar wat de kok twee keer
per dag aan warme maaltijden wist klaar te maken. Tijd om de lampen
en camera te laden. Die middag
gingen we naar het wrak de Blue Bell. Maar eerst twee uur varen. De
meesten pitten een beetje op het bovendek. Ik miste dolfijnen...
Bij het rif Sha’ab Su’adi aangekomen zag je op een achteras met twee wielen van een vrachtwagen liggen. De
Blue Bell liep in 1977 op het rif. Ze had wagens aan boord, die
waarschijnlijk clandestien aan land moesten worden gebracht. Het
schip heet daarom ook wel het Toyota Wrak en is destijds niet tussen
de riffen doorgevaren, maar er vol tegenaan geknald. Het wrak
begint op een diepte van 20 meter en loopt schuin langs het rif in
de diepte door tot 90 meter!
Bij de plek
aangekomen, waar het wrak moest liggen, gingen we te water. Hier was
het zicht aanmerkelijk beter. Je zag direct overal autoresten en
geplette wagens liggen. Een enkele stond goed herkenbaar rechtop.
Trucks, terreinwagens en luxe auto’s. Het schip zelf lag op de kop,
dus op zijn dek met de kiel naar boven. Op 45 meter diepte lag het
schip over een soort kloof en kon je onder het wrak door zwemmen.
Hier gingen we iets hoger en daar konden we het wrak in. Een grote
scheur in de romp gaf toegang.
Binnenin zag
je allerlei over elkaar heen getuimelde autowrakken. Enkele wagens
hingen als het ware aan het schip. Een redelijk gave Nissan Caddy
stond terzijde. Iets verderop kon je het wrak weer uit. Hier
stond op het zand een cabriolet rechtovereind. Enkelen gingen achter
het stuur zitten. Leuk om te filmen. We zagen tegen onze verwachting
in geen grote vis. Wel viel ons op dat hier de tafelkoralen heel
erg groot waren. Onze duiktijd was 57 minuten.
Straks gaan
we een schemerduik maken dwars door twee rifdelen door, genaamd het South Canal. Om 19.00 uur te water en dan is het al bijna donker.
Binnen enkele minuten valt hier de duisternis in. Op 15 meter diepte
zat een behoorlijk grote murene. Daarna twee egelvissen bij elkaar.
Ik schat ze op 40 tot 50 cm, daarna nog een vijlvis die rustig bij
ons bleef, of kwam dat omdat hij of zij door onze lampen verblind
werd? Aan het eind van de duik nog een respectabele heremietkreeft
en enkele naaktslakken. Helaas geen Spaanse danseres. Duiktijd 43
minuten.
Voor morgen
wordt het afwachten wat er gaat gebeuren. De wind was weer hevig en
de golven behoorlijk hoog. Onze schipper durfde niet naar de hoger
(noordelijk) gelegen riffen te varen. Als we vroeg gewekt zouden
worden, zouden we hier blijven en
nogmaals op het wrak duiken.
Afwachten dus...
Dinsdag 07-12
Niks
verkassen! Niet naar het bekende Ancharos-rif. Je kunt niet alles
hebben, zullen we maar zeggen. Dus weer naar het wrak om toch nog een
paar shotjes die ik nog niet had gemaakt te schieten. We gingen wel
erg diep om haaien te kunnen zien. Maar ook op 52 meter gaven we de
moed op. Het camerahuis had de proef prima doorstaan. Toch fijn
om te weten dat het huis deze diepte aankan.
Terug via
een kanaal naar de lagune. We zaten even later bovenop een
koraalblok waar enkele anemoonvissen in een grote tapijtanemoon
leefden. JP liet ons onder in de anemoon de vele piepkleine roze
eitjes zien. Het was net kaviaar. De visjes gingen heftig
protesteren. Hopelijk heb ik dit op de film gekregen. Door de
deining viel het niet mee om alles rustig centraal in beeld te
houden. Afwachten dus. Na 52 minuten zat ook deze mooie duik er weer op.
De
middagduik is op de noorddrop-off. We gingen tot 39 meter en zagen
in de 50 minuten duiktijd enkele murenes. Eentje zwom vrij over en
tussen de koralen door. Een grote grouper zat onder een tafelkoraal
en scholen jackfish hingen rondom geweldig mooi begroeide
koraalmassa’s. Qua vissoorten was het aanbod wederom overweldigend.
Na het eten
gingen we zuidelijker. Het weer was iets rustiger geworden. Maar
onderweg naar Sha’ab Rumi sloeg het weer om……. Het plenste op een
gegeven moment. Het water kwam overal doorheen. Zelfs in de salon
kwam het water door het dak en langs de wanden. De stroom ging er
voorlopig af om kortsluiting te voorkomen. Je zag buiten geen hand
voor ogen en toch bleef de luchttemperatuur aangenaam. Een zwembroek
en T-shirt aan bleek meer dan voldoende. Het koelde gelukkig maar
weinig af.
Toch werd er
gedoken. Daar kwamen we toch voor!! Slechts enkelen bleven achter.
In de Zodiak waren we in een mum van tijd kletsnat. Maar wij hadden
een duikpak aan. Onze stuurman had slechts een grote plastic zak als
regenjas over zijn schamele kleren aangedaan. Knap werk van de
mannen om ons te brengen , ter plekke te blijven rondhangen en ons
na de duik weer op te pikken om ons terug te brengen naar de Pegagus
en dan daarbij ook nog vrolijk en aardig blijven. Met de fooi op het
eind van de trip zullen we hier wel aan moeten denken.
Als we op
het zuidoost rif te water gaan is dit gelijk erg prettig. Heerlijk
warm water omsloot ons. Al snel moesten we onze lampen aandoen. Het
was alweer bijna donker. Ook dit rif was erg mooi begroeid met
allerlei harde en zachte koralen. Hier zag je vooral fantastische
waaiertak koralen. Ertussen en ernaast zweefden enkele
koraalduivels. Altijd mooi om te filmen. Een vrij zwemmende
sidderrog volgden we een tijdje. Tussen de koraalblokken zaten
harlekijn-garnalen. In de vele anemonen idem dito vele
anemoonvisjes.
Toen we na
50 minuten bovenkwamen was iedereen tevreden. Onze stuurman was weer
doornat en behoorlijk koud. Wij even later ook. Vlug terug naar de
Pegagus. Na de douche een stiekem ingevoerde borrel gedronken en na
de duikverhalen en de vertoonde beelden op drie aanwezige laptops
had niemand meer zin in een nachtduik. We smulden die avond laat van
de weer voortreffelijke maaltijd. Die avond kregen we een heerlijk
dessert. Een soort custard vla met rozijnen erdoor en kokoskruimels
erop. Hoezo geen Hiltonhotel?! Die avond maar eens niet te laat naar
bed. Na een afzakkertje om 23.30 uur pitten.
Woensdag 08-12
Om
half zeven opstaan. JP wekte ons met de kreten:
"Diving! Briefing!", gepaardgaand met gebons op de deuren (vooraf wel afgesproken hoor!). Snel
uit bed, camera inbouwen, met een kop thee naar boven, korte
briefing, duikpak aan, in de Zodiak gestapt en wegwezen. Het was
inmiddels natuurlijk al routine geworden. De duikplek was nu de zuid-dropoff. Je kwam op 29 meter op een soort plateau en je kunt
dan langs de rand ervan in een eindeloze diepte turen. Op dit vroege
tijdstip zaten er volgens JP bijna altijd haaien. We zullen zien.
Ter plekke rol achterover. Er was praktisch geen
stroming en het zicht was perfect. Beneden ons zag ik waarachtig
meteen een haai op de bodem liggen. Hij rustte er, maar ging
ervandoor toen wij afdaalden. Iedereen die een flestikker had begon
even later te klikken. Haaien dus! Arjan zwom schuin voor mij, Roy
iets onder mij en de rest van de groep links en rechts voor mij.
Boven de drop-off zwom een grijze rifhaai. Erboven nog eentje.
Iedereen leek van een soort koorts bevangen. Gelukkig bleven we
allemaal rustig en verdreven we
de dieren niet. Ze kwamen zelfs
dichterbij en zwommen op een gegeven moment tussen ons door. Ik had
er eentje met zijn remora vol in beeld. Je zag zijn oogje rollen.
Gewoonweg magnifiek.
Even later
zaten we in een school barracuda’s. Erachter zat een solitaire van
over een meter lang. Een geweldig mooie staalglanzende torpedo.
Tussen de koralen zagen we enkele blue spotted stingrays en hier en
daar een koraalduivel.
Enkele
bultkoppapegaaivissen gleden vlakbij mij langs naar beneden. Onder
een ooit achtergelaten haaienkooi ontdekte ik een voor mij onbekende
naaktslak van wel 20 cm lang. Ook nu was het na 51 minuten goed
geweest. Onze diepte was 29 meter.
Rond elf uur
gingen we naar dezelfde plek terug (gek hè!?). Opnieuw drie tot vier
haaien. Grijze en wittiprifhaaien. Tussen de uitbundige koralen en de
gigantisch vele vissen filmde ik uiteraard de haaien, maar ook murenes,
groupers, koraalduivels, lipvissen, meerdere soorten koralen, maar
we constateerden later dat we geen krokodillenvis en geen schildpad
hadden gezien. Helaas bleef dat deze gehele trip ook zo. Zoals
eerder al gezegd: je kunt niet alles hebben. Dit keer hadden we een
uur gedoken.
Om
half vijf
was er weer een duik gepland. Helaas kon ik niet mee. Eigenlijk moet
ik zeggen dat ik niet durfde, vanwege een niet te voorspellen
broekrace. Ik filmde wel de vertrekkende duikers en wachtte hun
terugkomst af op het bovendek, afgewisseld met enkele bezoekjes aan
het toilet. Als de boten met de duikers terugkomen, zie ik aan Roy
direct dat ze iets speciaals hebben meegemaakt. En ja hoor, hij had
met Arjan onder water enkele dolfijnen gezien, evenals een barracuda
en een wittiprifhaai.
Ook ging aan
mij de nachtduik voorbij. Tijdens deze duik (weer op de Conshelf)
zagen ze harlekijngarnalen, sepia en grote doornensterren; de vijand
van de riffen en koralen.
Roy sloot
zich trouwens (helaas voor hem) bij mij aan. Ook hij had dezelfde
klachten. Met gebruik van de nodige medicamenten hoopten we dat we
morgen weer mee zouden kunnen.
Donderdag 09-12
We gingen
nog 1 keer duiken op het zuidplateau van Sha’ab Rumi. Nu kon ik wel
weer, maar moest Roy de duik missen. Het is en blijft toch wel een
erg mooi rif. Ook nu zagen we teveel om op te noemen. Hoogtepunten
waren een grote grouper, koraalduivels, scholen lipvissen, barracuda
solitair en in grote groepen, napoleon en dieper onder ons toch weer
haai. Na 52 minuten op 37 meter te hebben gedoken, kapten we ermee.
Later bij de boot lieten enkele dolfijnen zich aan de oppervlakte
zien. Ze waren te schuw om voor de boot langs te duikelen.
’s Middags
voeren we richting Sanganeb. Dit duurde zo’n twee uur en wij konden
nog even rusten. De wind was weer behoorlijk toegenomen, maar hij
kwam nu van achteren, dus met ons mee. Ondertussen werden alle
lampen en camera’s opgeladen.
Bij Sanganeb
zag je de vuurtoren met een lange aanlegsteiger al vanuit de verte.
Op dit rif leven permanent enkele Soedanezen. Je moet wel tegen de
eenzaamheid kunnen lijkt mij. Wij gingen
naar de zuidoostpunt. De bedoeling was om op het plateau op 37
meter diepte te duiken en uit te kijken naar hamerhaaien. Roy was
gelukkig ook weer zover hersteld, dat hij weer mee kon.
De duik was
voor ons matig. Geen goed zicht, veel zit onder een laagje sediment
en wij besloten linksaf langs de drop-off te gaan in de hoop hier
groot wild te treffen. Na een tijd gepeddeld te hebben, besloten we
even omhoog te gaan. Bovengekomen merkten we dat we vlakbij de
aanlegsteiger zaten. Even de vuurtoren op de film gezet en
onder water weer terug naar de groep op de kop van het rif. Tijdens
deze duik van 47 minuten op max. 37 meter hadden we niet echt iets
bijzonders gezien (of waren we verwend?).
Roy was moe
en heel erg koud. Aan boord daarom lekker een warme douche, ons
koppie thee en iets te eten genomen. We konden boven wel in een
lekker zonnetje bijkomen. Na enig overleg met onze mededuikers werd
er besloten om door te varen naar het wrak de Umbria nabij het
Wingate rif. Ik verheugde mij er al op. Daar aangekomen zouden we
beginnen met een nachtduik. Hier bleven we ook overnachten en konden
we de volgende dag het wrak goed verkennen. JP wilde ons in twee
groepjes splitsen en vervolgens in twee duiken meenemen om onder
zijn begeleiding door het wrak te gaan.
De Umbria
ligt niet ver van de ingang van de haven Port Sudan. Het schip zat
(en zit nog steeds) vol met oorlogstuig zoals vliegtuigbommen,
granaten, munitie, lucht- en brisantbommen, artilleriemunitie,
vliegtuigonderdelen, maar ook enkele Fiats en vele flessen wijn,
evenals een voorraad jam in potjes. De Italiaanse schipper wilde
natuurlijk niet dat de Engelsen deze belangrijke vracht in beslag
zouden kunnen nemen. Italië stond op het punt om in de oorlog
betrokken te worden. De Engelsen probeerden van alles om het schip
zolang mogelijk vast te houden. Op het moment dat de kapitein op de
radio hoorde dat vanaf middernacht Italië mee zou gaan doen met Hitler, besloot hij om ervoor te zorgen dat de lading in ieder
geval niet in handen van de toekomstige tegenstander zou vallen. Hij
besloot het schip te laten zinken. Bij de Engelse commandant diende
hij een aanvraag in voor een oefening 'Verlaat het schip'. Deze
tuinde hierin en zo verlieten alle manschappen het schip.
Ondertussen waren in de kombuis alle papieren verbrand en werden
onderin het schip de hoofd- en bijkranen kapotgeslagen. Het schip
liep al snel vol water en begon te zinken. Toen de Britten dit in de
gaten kregen was het al te laat. Alle manschappen, in totaal 77 man,
zijn vervolgens in krijgsgevangenschap gezet in een loods met een
golfplatendak erop in een temperatuur van zo’n 50°C (!). Ze zijn
er gebleven tot het einde van de oorlog.
Na de oorlog
hebben experts gekeken of het mogelijk was de lading te bergen. Ook
hebben ze overwogen om het schip op te blazen. Zou dat gebeuren, dan
zou half Port Sudan door een geweldige vloedgolf overspoeld zijn.
Beide opties waren onmogelijk, vandaar dat het gave wrak nog steeds
aanwezig is. Wel werd per direct een vaarverbod rondom dit wrak
ingesteld en uiteraard was het verboden om er te duiken. In 1949
mocht Hans Hass éénmalig het wrak beduiken. Destijds stak de
hoofdmast nog een gedeelte uit het water en kon je het wrak
makkelijk lokaliseren. Dit is nu
typisch zo’n verhaal, waarom ik graag op wrakken duik en dat laatste
zou dan nu ook weer gebeuren. Vooral voor dit wrak en de vorige
duikstekken kwam ik naar Sudan. Mijn reisverhaal zou hiermee
compleet zijn.
’s Avonds
naar het wrak dat op zijn zijkant (bakboordzijde) ligt. De davits
steken bijna het water uit en de railing ligt op zo’n drie meter
diepte. Het gehele schip ligt op 27 meter diepte. Ideaal om het
grondig te bekijken. De lengte van het schip is 155 meter!
Het schip is begroeid met allerlei koralen en lagere diersoorten.
Wolken visscholen hingen rondom het wrak. Er wordt niet op gevist,
dus lijnen en netten zag je niet (lekker veilig trouwens). Hier
zagen we enkele jonge sepiola’s, familie van de pijlstaartinktvis.
Je kon de diertjes in het lamplicht laten spelen en dartelen.
Verderop tegen de romp lag een grote sidderrog. Prachtig om te
filmen. Hij bewoog niet of nauwelijks. Iets lager zat een zee-egel
met van die dikke pennen. Tussen de restanten van de mast en andere
wrakdelen door, gingen we vanaf de voorkant net onder de oppervlakte
terug naar de achterkant. We hadden op 27 meter gezeten en waren 52
minuten onder water. Morgen willen we de zaak bij daglicht zien en
ook willen we dan door het wrak gaan.
De maaltijd
aan boord was opnieuw een verrassing. Gisteren kregen we een baars
van respectabele afmeting te verorberen en nu stond lamsbout op het
menu. Daarbij pizza, rauwkostschotels, warme groenten en ja ja ja,
ook nog soep vooraf. Weer voor elk wat wils.
Vrijdag 10-12
Onze laatste
duikdag begon vroeg in de ochtend. Iedereen voelde zich weer fit.
Het zicht op en om het wrak was prima. We begonnen op een van de
enorme schroeven en gingen iets lager richting het grote
roerblad. Deze werd via een ingenieus tandradstelsel met kettingen
bewogen. We doken hier onder het schip door naar de dekkant. Op het
achterdek zag je een reserve schroefblad en het enorme tandwiel met
de kettingen. Dit tandwiel werd middels stoomkracht in werking
gezet. Je kon het allemaal nog mooi bekijken. Al zwemmend kwamen we
langs diverse ruimen. Hier en daar gingen we naar binnen. Je zag
naast een hoop rotzooi ook veel van de lading. Hele rijen
cementzakken, keurig gestapeld, maar ook artilleriegranaten van zo’n
halve meter lang, vele rollen elektrisch ontstekingskoord, een hele
partij ontstekers keurig nog in de doosjes. Verderop tientallen
wijnflessen en honderden jampotten. In een ander ruim
vliegtuigonderdelen en banden. Onderin lagen enkele handgranaten.
Hier kon je beter van afblijven. Je weet maar nooit.
Voor aan de
punt gekomen zag je de ankerwinch op het dek en een van de ankers
lag op de bovenkant (eigenlijk hangt hij aan de zijkant). Toen we
later hogerop weer teruggingen, zagen we ettelijke kleine
zeenaaldjes. Ook nu zaten we op 27 meter maximaal, maar duurde de
duik wel 81 minuten. Heerlijk lang op een redelijke diepte.
’s Middags
waren wij aan de beurt voor een 'rondleiding' door het wrak. Een
enkeling ging liever niet mee. Omdat ik filmde, ging ik (na goed
overleg met de anderen) direct achter JP het wrak in. Al snel
draaiden en keerden we ons door enkele gangboorden naar de
werkplaats. Een grote kolomboormachine stond in het midden, langs
een wand een draaibank, hier en daar lag er gereedschap en ook zag
ik een slijpbank staan. De amarilsteen was geheel vergroeid met
koraal. Aan de wand, nog hagelwit en goed te herkennen, enkele
zekeringhouders. Als we verdergaan wijst JP mij op een ruim schuin
boven mij. Hier was de stookplaats. Een grote kruiwagen hing met
zijn neus en de twee handvaten tussen de metalen, doorzichtige
roosters van de dekvloeren. Hiermee werden de kolen naar de
stoommachines gebracht. Dit alles moet je wel zien onder een
bepaalde hoek van 60°. Zoals eerder
gezegd, het schip ligt op zijn zijkant, vandaar...
We gingen
door een smalle gang en kwamen op een gegeven moment in een ruimte
met een vrij gave tegeltjesvloer. Hier zijn we in de kombuis annex
bakkerij. Enkele van de fornuiskleppen staan open. Hier moeten dus,
vlak voor het afzinken, alle papieren verbrand zijn.
Weer verder
gezwommen komen we in een groot ruim, waar drie auto’s naast elkaar
staan. Het zijn zespersoons Fiats 1100 Lunga van 1939 uit Turijn.
De banden hebben een speciaal profiel voor woestijngrond. Ook zitten
er luchtfilters op voor het fijne zandstof. Machtig interessant om
dit allemaal, 62 jaar later, nog te kunnen zien. Als we in een
volgend ruim komen, zien we een hele wand van vliegtuigbommen. Ook
deze liggen keurig gerangschikt op elkaar. Ernaast vele honderden
granaten dwars over elkaar getuimeld. Arjan kwam bij mij met een
doosje karabijnkogels en ook hier lagen weer de al eerder ontdekte detonatoren en rollen lontdraad. Op het eind van de ronde lagen
talrijke wijnflessen schots en scheef als een waterval van boven
naar beneden op elkaar. Hiernaast vele kisten met jampotten in stro
verpakt. En zo kwamen we na 45 minuten uit het wrak.
Schuin langs
het scheef staande dek teruggaande, komen we bij een rechthoekige
opbouw. Het bleek een badkamer te zijn. Naast een ligbad zagen we
een wc-pot en wastafel. De kranen waren er wel af. Aan de
overkant van deze kamer hing een mooi gevormde gietijzeren wastafel
aan de buitenkant van een volgende opbouw. Een foto hiervan en
meerdere andere, staan trouwens in het boek ‘Duikgids voor de
Wrakken in de Rode Zee’. We gingen nu onder een gebroken mast door en
ontdekten een jonge koraalduivel. Roy speelde ermee en zo kon je
tegen zijn handpalm de afmeting er goed van zien. Later zagen we nog
een anemoon met twee anemoonvissen erin. Altijd leuk om even bij te
blijven. Na 88 minuten zat deze onvergetelijke weergaloze duik erop.
Ik ging na een teken tegen Roy en Arjan omhoog, gaf mijn camera aan
de mannen op de Zodiak en hoorde achter mij de beide toffe buddy’s
bovenkomen met de opmerking: "Zo, dat was dan iets meer dan een
volle 90 minutenduik".
Het eten
smaakte ons voortreffelijk. We waren
allemaal zeer onder de indruk van wat we gezien hebben.
We maakten
nog een laatste duik op een vlakbij onze boot gelegen rif genaamd:
Police Station, omdat hier ooit een politieobservatiepost op heeft
gestaan. In een houten hokje moesten steeds twee politieagenten, in
tourbeurt met collega’s, de wacht houden voor... ? Bij de eerste de
beste storm was het hele hokkie gelijk weggeslagen en hadden de
autoriteiten niet nog eens de moeite genomen om hier opnieuw een
post op te zetten.
Ook hier
weer, zoals inmiddels gewend, een mooie begroeiing met veel koralen
en leven erop en eromheen. Tegen het eind van de duik zagen we een
rog die verwoed aan het graven was naar iets eetbaars. Hij gooide
het fijne zand al gravende om zich heen en liet zich absoluut niet
storen. Roy lag op zijn ellebogen er dichtbij naar te kijken. Mijn
camera gaf ‘Battery too low’ aan en we begrepen, dat na 51 minuten op
plusminus 11 meter te hebben gedoken, er aan al dit fantastisch
duikgebeuren een einde was gekomen.
Terug aan
boord werd alles zoet gespoeld en hier en daar opgehangen om te
drogen. Niemand van de aanwezigen had averij of schade aan zijn
apparatuur opgelopen. Gelukkig maar! Niemand chagrijnig en het
scheelde de verzekering ook weer de nodige poen.
Door de
bemanning werd ons een grote slagroomtaart met vruchtjes aangeboden!
Waar haalden ze het vandaan?! We smulden van al dit heerlijks.
Nadien kregen we als maaltijd een diepzeevis. Ik sneed er enkele
stukjes vanaf. Het rook niet al te fijn, maar smaken deed het wel. ’s Avonds op
het dek dronken we met ons allen nog iets. Verschillende flacons
moesten nog leeg. De haven van Port Sudan was verlicht en leek op
zwemafstand te liggen.
Zaterdag 11-12
Half acht
opstaan, douchen, ontbijten, alles inpakken en richting
haven. Hier aangekomen met de Zodiak een laatste keer op pad, naar
de wal dus. Hier gingen al onze duiktassen in een vrachtwagentje en
liepen wij naar het Hilton Hotel waarin tevens het duikcentrum zit.
De buitenmuren zijn prachtig beschilderd met onderwatertaferelen. In
het kantoortje en de winkel natuurlijk nog enkele stempels in het
logboek gezet, een gekocht souvenir afgerekend en vervolgens naar
het hotel waar we een dagkamer ter beschikking hadden gekregen.
Na een bak
koffie wandelden we met z'n negenen naar de binnenstad. JP had ons
de dag tevoren aangeboden om iets van Port Sudan te laten zien.
Allereerst
gingen we naar de souc (?) oftewel de dagmarkt. Armoe heb ik wel
vaker gezien. Vooral in Oud-Egypte, maar dit sloeg alles. De mensen
hingen naar mijn idee maar wat rond. Handel zag ik niet. Wel overal
een gigantische puinhoop. De stalletjes (wat heet?) zagen er niet
uit. Wat kapot is gaat nog verder kapot en de te kopen producten,
zoals groente en fruit, zagen er voor onze maatstaven niet uit.
Vervolgens kwamen we in het gedeelte waar vlees wordt verkocht. Je
zou spontaan vegetariër worden. Even later zagen we op de afdeling
Vis hetzelfde beeld.
Toen we even
later terug gingen naar de hoofdstraat (hoezo straat?) wilden we
eigenlijk nog wel rondtoeren in enkele riksja’s oftewel tuktuk. De
scootermobielen konden in hun bakkie twee tot drie mensen meenemen.
Onze Jordaniër Omar zou het e.e.a. wel regelen. Hij spreekt Arabisch,
maar komt er na veel geschreeuw en onderhandelen niet uit. Eerst
vroegen ze $30,- tot er een hoofdverhuurder bij kwam en deze de
prijs opdreef naar $140,-. Wij zijn misschien dan wel rijk, maar ook
weer niet gek. Als we weglopen, denken een paar taxirijders: oei
oei, daar gaat mijn handeltje, snel erachteraan... en ja hoor, nu
kwamen we wel tot een afspraak en na enkele minuten knallen en
pruttelen we door de straten. Soms alleen, dan weer met z’n drieën
naast elkaar en steeds de tegenliggers met een hoop getoeter
wegdrukkend en ontwijkend. Het ging allemaal nog goed ook. Zal
wel aan ons liggen, dit soort taferelen
kennen we niet. Ik durfde dit allemaal wel te filmen. In de
buitenwijken was het woord armoe nog te mooi uitgedrukt.
Op het einde
van de tocht werden we keurig bij het Hilton afgezet. Bij het
afrekenen gaven we een mooie fooi en kregen we spontaan applaus van
de vier chauffeurs. Dat was dan wel weer leuk.
Binnen
konden we ons even opfrissen en al snel gingen we met het busje
richting vliegveld. Onderweg een van de meest spannendste ritten van
m'n leven gemaakt. Inhalen waar het niet kon, was hier blijkbaar
normaal. Bij het vliegveld later inchecken, pas tonen, stempels
erin, fouilleren, doorlopen en wachten op het vertreksein. Het
vliegtuig uit Khartoem stond er al en zo gingen we keurig op tijd
richting Caïro. De maaltijd was dit keer rijst met rundvlees en een
mierzoet cakeje als dessert.
In Caïro
snel de bagage opgepikt, met z’n allen naar buiten en vervolgens
naar het hetzelfde Mövenpick Hotel als op de heenreis. In de lobby
nog een afzakkertje samen met onze Zwitserse en Engelse duikvrienden
die hier ook overnachten genomen. Welterusten... Morgen terug naar
koud Nederland.
Zondag 12-12
Aan alles
komt natuurlijk een eind, maar dit eind begon al vroeg. We werden om
zes uur gewekt. Zelfde ritueel: douchen, alles inpakken, ontbijten
en op naar het vliegveld. Onze boarding zou om kwart over
negen zijn en
nadat we eerst voor het thuisfront nog iets hadden gekocht,
vertrokken we tenslotte.
De vlucht
verliep vlekkeloos en we landden om tien over twee op Schiphol. Tot onze
grote verrassing stonden Herma, Raquel en Mieke ons op te wachten.
Roy reisde direct door naar Haarlem en wij gingen met ons viertjes
richting Enschede.
Door Arjan
en zijn Eigen-Wijze Duikreizen hadden we een wel zeer
bijzondere duiktrip gemaakt. Terugkijkend mag ik zeggen, dat de
koraalriffen allemaal in perfecte staat waren, dat de visrijkdom
boven het normale was, dat de legendarische wrakken Blue Bell en
Umbria met daarbij de Conshelf een bezoek meer dan waard waren. Mijn
langgekoesterde wens was in vervulling gegaan.
Verder
moeten we vooral niet vergeten dat we steeds doken op plekken waar
alleen wij waren! Slechts twee keer lag er een boot op dezelfde
stek als die van ons. Dit was dan een groot luxueus jacht met
slechts vier duikers aan boord. Gezien hebben we deze vier onder
water echter nooit. Dit waren dan toch wel heel andere
duikomstandigheden dan die ik kende van Egypte. Ik hoorde
eerder die week aan boord van JP dat er vanaf het vasteland ook
al dagboten naar het Elphinstone Reef gaan, dus ook daar is het
inmiddels in de file staan.
Rest mij
iedereen hartelijk te danken voor de voortreffelijke sfeer en
saamhorigheid tijdens deze unieke duikvakantie in Sudan.
Jan Velthuis